• 🚀 Gratis verzending vanaf €30,- in NL & BE

  • 🕛 Voor 15:00 besteld, morgen in huis

  • 🌱 100% duurzame en biologische producten

  • ⭐ 330.000+ klanten geven ons een 9,4/10 

Zelf aaltjes kopen
Aaltjes
Terug naar overzicht

DIY: Zelf nematoden (aaltjes) kweken

- Laatst bijgewerkt 9 april 2025

Aaltjes (nematoden) zijn microscopisch kleine wormpjes die van nature overal in de bodem zitten. Bepaalde soorten parasiteren op plaaginsecten en slakken, en zijn dus nuttig in het gebruik tegen plaaginsecten. Ze dringen bijvoorbeeld een schadelijke slak of insectenlarve binnen, waarna het slachtoffer stopt met eten en sterft​. Voor mensen, huisdieren en planten zijn deze aaltjes ongevaarlijk, maar voor de plagen dodelijk.

Veel tuiniers gebruiken kant-en-klare nematoden als milieuvriendelijk bestrijdingsmiddel tegen bijvoorbeeld naaktslakken, engerlingen of taxuskevers. Deze worden doorgaans als poeder geleverd dat je in water oplost en over de grond uitgiet. Maar wist je dat je in theorie ook zelf nematoden kunt kweken..? Het is een uitdagend experiment, zeker niet eenvoudig, maar met de juiste aanpak wel mogelijk. Normaal gesproken worden onze aaltjes namelijk geproduceerd in steriele ruimtes onder goed gecontroleerde omstandigheden.

In dit blog leggen we stap voor stap uit hoe je zelf aaltjes kunt kweken. Je leest wat je nodig hebt, hoe het proces werkt en waar je op moet letten. Realiseer je wel dat voor de meeste mensen het kopen van aaltjes uiteindelijk sneller en betrouwbaarder resultaat geeft.

In 7 stappen zelf aaltjes kweken

  1. De juiste spullen verzamelen: Zorg dat je alle benodigdheden bij de hand hebt voordat je begint. Dit heb je nodig: een emmer of bak (bij voorkeur een donkergekleurde met deksel zodat er weinig licht door komt). Een goed sluitende deksel met enkele kleine luchtgaatjes. En een vochtig substraat (zoals wat potgrond of vochtig mos) om een bodem te creëren.
    Daarnaast is er een warme plek nodig (~20 °C) waar je de kweekbak plaatst, en heb je levende plaagdieren (bijvoorbeeld naaktslakken of insectenlarven) nodig. Maak alle materialen goed schoon van tevoren om besmetting door ongewenste bacteriën of schimmels te voorkomen.
  2. De kweekbak voorbereiden: Vul de emmer met een paar centimeter van het vochtige substraat. Gebruik liever geen pure compost of een dikke laag dode bladeren als voedingsbodem. Aaltjes voeden zich namelijk niet met compost of bladafval, maar leven van de bacteriën en vooral van de insecten of slakken die ze infecteren. Het substraat dient vooral om een vochtige leefomgeving te bieden. Zorg dat het materiaal licht vochtig is (zoals een uitgewrongen spons) maar niet kletsnat. Je kunt eventueel ook een klein laagje regenwater toevoegen met daarin een handvol blaadjes of mos waarop de slakken/insecten kunnen zitten​. Het is namelijk niet de bedoeling dat je plaagdieren verdrinken. Een constante hoge vochtigheid is belangrijk, maar het moet geen modderpoel worden.
  3. Plaaginsecten toevoegen: Voeg nu de plaagdieren toe die als gastheer zullen dienen voor de aaltjes. Voor veel tuinplagen zijn dit de larvale of volwassen stadia van het betreffende insect. Een populair voorbeeld zijn naaktslakken om aaltjes te kweken die slakken bestrijden. Verzamel een aantal naaktslakken in je tuin en zorg dat je ze levend in de bak plaatst. Andere opties zijn bijvoorbeeld meelwormen of emelten als je aaltjes voor bodeminsecten wilt kweken. Hoe meer gezonde plaaginsecten/slakken je toevoegt, hoe meer aaltjes zich uiteindelijk kunnen vermeerderen. Probeer echter niet te veel dieren in een te kleine bak te stoppen want ze hebben allemaal genoeg zuurstof nodig.
  4. Aaltjes introduceren: Dit is een cruciale stap. Zonder aanwezigheid van de juiste aaltjes gebeurt er namelijk niets​ Als je slim bent, heb je van tevoren een kleine hoeveelheid aaltjes gekocht die passen bij de plaag die je wilt bestrijden zoals de Phasmarhabditis Californica. Meng die startcultuur volgens de instructies met water en verdeel het mengsel over je kweekbak, zodat de nematoden zich in het substraat kunnen verspreiden en hun gastheer kunnen opzoeken​.
    PS: Heb je geen startcultuur, dan ben je aangewezen op de natuurlijke aanwezigheid van aaltjes. Vaak dragen slakken bijvoorbeeld al een kleine populatie parasitaire aaltjes bij zich​. In dat geval is het afwachten of die van nature aanwezige aaltjes zich gaan vermenigvuldigen. Sluit na het toevoegen van alles de bak af met het deksel (of eventueel huishoudfolie) om de luchtvochtigheid hoog te houden. Laat wel een klein beetje ventilatie mogelijk via de gaatjes.
  5. Zorg voor warmte en vocht: Plaats de afgesloten kweekbak op een warme, donkere plek. Een temperatuur van rond de 20 °C is ideaal voor de meeste aaltjes. Bij temperaturen onder circa 6 °C zullen ze nauwelijks ontwikkelen, en boven 30 °C kunnen ze doodgaan of uitdrogen. Vermijd direct zonlicht en zet de bak bijvoorbeeld in een verwarmde schuur, kelder of binnen in een kast. Controleer dagelijks de vochtigheid, want het is belangrijk dat het milieu niet uitdroogt.
  6. Regelmatig controleren en geduld hebben: Kijk elke dag even hoe het met de kweek gaat. Het is normaal dat na enkele dagen de eerste slakken of larven ziek beginnen te worden en minder actief worden. Idealiter merk je na ongeveer een week tot tien dagen dat de meeste slakken of andere insecten zijn geïnfecteerd en afsterven​. De aaltjes doen dan hun werk. Blijven alle plaagdieren leven en actief rondkruipen, dan kan het zijn dat er te weinig of geen aaltjes aanwezig zijn en de kweek is mislukt. Zorg dat de omstandigheden in de bak optimaal blijven, warm en vochtig. Verwijder eventueel schimmelende resten of verrotte dieren als die verschijnen, om te voorkomen dat verkeerde bacteriën de overhand krijgen. Meestal na een week of twee zie je dat de plaagdieren populatie in de bak vrijwel helemaal is uitgeschakeld door de vermeerderde nematoden.
  7. Oogsten en gebruiken: Na circa 14 dagen is het dan ook tijd om je zelfgekweekte aaltjes te oogsten. Tegen die tijd zijn de gastheer-diertjes dood of sterk afgenomen in aantal, en zit je substraat vol met nieuwe nematoden. Hoe krijg je die eruit? Simpel: haal de grote brokken dode slakken en bladeren uit de bak en giet de overgebleven vloeistof door een grove zeef of doek in een andere emmer. Ook het vocht dat nog in de bak zit kun je opvangen. Je hebt nu een geconcentreerde oplossing met aatjes. Meng deze voorzichtig met extra water en gebruik dit meteen in je tuin. Giet het mengsel uit op de plekken waar je de plaag wilt bestrijden, bijvoorbeeld rond planten die te lijden hebben onder slakkenvraat. Doe dit bij voorkeur ‘s avonds of op een bewolkte, vochtige dag. Aaltjes hebben vocht nodig om zich voort te bewegen in de grond, en fel zonlicht droogt ze snel uit. Het restant van je concentraat is kort te bewaren, maar laat het niet in de warme schuur staan.
Aaltjes tegen naaktslakken

Naaktslakken in je moestuin? Bestrijden van naaktslakken doe je op een natuurlijke manier.

Lees meer

Zelf kweken of toch kopen?

Het zelf kweken van nematoden is een erg leuk experiment voor de geduldige tuinier. Je ziet van dichtbij hoe natuur en biologie in je eigen emmer hun gang gaan, en dit kan zeker goed werken als er van nature al wat aaltjes in je tuin of op je plaagdieren aanwezig zijn.

Echter moeten we wel eerlijk zijn… Voor betrouwbare en snelle resultaten kan je het beste gewoon de aaltjes kopen. Professioneel gekweekte nematoden zijn meteen in grote aantallen beschikbaar en specifiek geselecteerd voor effectiviteit. Wil je dus direct resultaat en zekerheid, dan kun je beter ons pakje aaltjes inzetten​.

Heb je echter plezier in experimenteren en ben je niet afhankelijk van onmiddelijk succes, dan is zelf aaltjes kweken zeker de moeite waard om eens te proberen. Hoe dan ook, door aaltjes in te zetten – of ze nu uit eigen kweek of uit de winkel komen – help je jouw tuin op een milieuvriendelijke manier vrij te houden van hardnekkige plagen. Succes en veel tuinierplezier gewenst!

Laat je het ons weten wanneer het is gelukt? We zijn erg benieuwd!

Dit artikel delen: