Het zonnetje laat zich vaker zien, de temperaturen stijgen en de tuin begint prachtig te bloeien. Maar met het mooie weer breekt er ook een druk seizoen aan in de insectenwereld: het keverseizoen Sommige kevers zijn een welkome aanvulling op de biodiversiteit, terwijl anderen je gazon of planten in een mum van tijd kunnen ruïneren. In deze blog vertellen we je welke kevers je deze maanden kunt verwachten, hoe je ze herkent en wanneer je ze effectief kunt aanpakken met aaltjes.
Waarom kevers (en hun larven) zo’n probleem zijn
Hoewel je in de lente en zomer regelmatig een volwassen kever ziet rondvliegen, zit het échte probleem meestal diep onder de grond. Het zijn namelijk de larven die ongemerkt voor flinke schade zorgen. Ze leven daar soms jarenlang en voeden zich met de wortels van je gras en planten. Hierdoor verzwakt de vegetatie en kan deze uiteindelijk volledig afsterven.
Typische schade waaraan je een ondergronds probleem herkent:
- Kale of bruine plekken in het gazon.
- Planten die ineens slaphangen of slecht groeien zonder duidelijke reden.
- Gras dat los komt te liggen en dat je zo als een tapijtje kunt optillen.
- Vogels (zoals kraaien en merels) of egels die enthousiast in je gazon wroeten op zoek naar een eiwitrijke snack.
De 5 meest voorkomende keversoorten in de achtertuin
Er zijn een paar specifieke kevers die in Nederland en België voor de meeste overlast zorgen.
- Meikever: Herkenbaar aan zijn forse bruine schilden en waaierachtige voelsprieten. Ze verschijnen (zoals de naam al zegt) in mei. Omdat zijn larven wel drie tot vijf jaar onder de grond blijven, is bij bestrijding een lange adem nodig: we adviseren de bodem twee jaar op rij te behandelen met aaltjes in het voorjaar (mei/juni) en het najaar (augustus t/m oktober).
- Junikever: Iets kleiner en minder harig dan zijn grote broer, de meikever. Hij verschijnt pas als de avonden echt warm worden in juni en juli. Je ziet ze vaak in groten getale rond de boomtoppen zwermen. De beste tijd voor aaltjes is kort na deze vlucht, in juni en juli, wanneer de eitjes net zijn uitgekomen.
- Rozenkever: Een prachtige, maar vraatzuchtige groen-bruine kever die verzot is op rozen en gazons. Grijp in van juni t/m augustus met aaltjes voor het beste resultaat.
- Taxuskever: Deze snuitkever is een nachtdier en houdt van sierplanten zoals de Rhododendron en natuurlijk de Taxus. Hoewel de kever zelf jaren oud kan worden, zijn het vooral de witte larven die de wortels kaalvreten. Je kunt ze in twee pieken aanpakken: het voorjaar (maart t/m mei) en het najaar (half juli / augustus t/m november), mits de bodemtemperatuur goed blijft.
- Coloradokever: De schrik van elke moestuinliefhebber met zijn kenmerkende zwart-gele strepen op de aardappelplanten. De coloradokever komt het meest voor in de periode mei t/m september. Gebruik aaltjes zodra de eerste larven op de bladeren zichtbaar zijn (juni/juli) of behandel de bodem in september wanneer ze zich ingraven.
Engerling of Taxuskeverlarve: hoe herken je het verschil?
Als je de grond openmaakt op de plek van de schade, kom je de larven vaak direct tegen. Het is belangrijk om te weten met welke larve je te maken hebt, omdat de bestrijdingswijze kan verschillen.
- Engerlingen (larven van de Mei-, Juni- en Rozenkever): * Beige/wit van kleur.
- Liggen altijd in een duidelijke C-vorm.
- Hebben een opvallende, harde bruine kop.
- Zijn vaak fors (enkele centimeters groot).
- Beschikken over zes duidelijke pootjes vlak achter de kop.
- Taxuskeverlarven:
- Melkwit van kleur met een lichtbruin kopje.
- Liggen meestal minder extreem in een C-vorm (eerder licht gebogen).
- Zijn een stuk kleiner dan volgroeide engerlingen.
- Hebben geen pootjes.

Blauw, groen of bruin: Welke (vliegende) kever zie ik?
Veel mensen zoeken op kleur om te bepalen met welk insect ze te maken hebben. Hoewel dit een goede eerste indicatie is, zegt de kleur niet alles over de schadelijkheid van de kevers.
- Groene kevers: De meest bekende is de Rozenkever. Deze heeft een glanzend groen borststuk en bruine dekschilden. Zie je een volledig groene, metaalglanzende kever? Dan is het vaak de Goudtor. Deze is onschadelijk en leeft van bloembladeren, nectar en stuifmeel.
- Bruine kevers: Grote bruine kevers die in de schemering rondvliegen zijn meestal de Meikever of de Junikever. Ze worden aangetrokken door licht en vliegen vaak tegen ramen aan.
- Blauwe of paarse kevers: De Blauwe Muntgoudhaan of de Mestkever vallen op door hun donkere kleur. Deze soorten zijn nuttige opruimers en veroorzaken geen schade in de tuin.
- Rode kevers: Het bekende Lieveheersbeestje is zeer nuttig tegen bladluis. Zie je echter een felrode kever op je lelies? Dat is het Leliehaantje, die bladeren en bloemen kaalvreet.
Kever of Kakkerlak: hoe zie je het verschil?
In de zomer vliegen kevers soms per ongeluk een woning binnen. Dit zorgt regelmatig voor verwarring met kakkerlakken. Het verschil is echter goed te zien aan het uiterlijk en het gedrag:
- De Kever: Heeft harde dekschilden die in een strakke, rechte lijn op de rug tegen elkaar aanliggen. Kevers vliegen vaak luidruchtig en zijn buiten hun vlieguren relatief traag.
- De Kakkerlak: Is platter van vorm en heeft veel langere voelsprieten. Kakkerlakken rennen razendsnel weg bij licht, terwijl kevers juist door licht worden aangetrokken. Bovendien liggen de vleugels van een kakkerlak overlappend op de rug.
Beschermde keversoorten
Niet elke kever mag bestreden worden. Sommige soorten zijn zeldzaam en wettelijk beschermd. Deze kevers zijn ook nuttig om juist in de tuin te hebben, omdat ze zorgen voor biodiversiteit. Het is belangrijk deze te herkennen zodat je niet een natuurlijke helper bestrijdt:
- De Neushoornkever: Een grote kever met een opvallende hoorn. De larven leven alleen in dood hout of composthopen en beschadigen geen levende wortels. Deze soort moet je dus altijd laten zitten.
- Het Vliegend Hert: De grootste kever van Nederland. Ze zijn zeer zeldzaam en beschermd.
- De Japanse Kever: Dit is een invasieve soort die lijkt op de rozenkever, maar met witte haartjes langs de schildrand. Zie je deze? Meld dit dan bij de NVWA; zij monitoren de verspreiding van deze schadelijke exoot.
Larven van kevers biologisch bestrijden met aaltjes
Heb je vastgesteld dat er sprake is van een plaag? Aaltjes zijn de meest natuurlijke manier om keverlarven aan te pakken. Deze microscopisch kleine wormpjes zoeken de larven in de bodem op en schakelen ze uit. Het is een veilige methode voor kinderen, huisdieren en andere nuttige insecten in de tuin.
Hulp nodig bij het herkennen? Gebruik onze insectencheck of bekijk de specifieke kever pagina’s voor meer informatie over de juiste bodemtemperatuur voor het uitzetten van aaltjes.
Last van kale plekken in je gazon? Dan zijn hoogstwaarschijnlijk engerlingen de boosdoener.
Lees meerDe coloradokever (en z’n larven) kunnen een vervelende plaag voor je moestuin zijn.
Lees meerDe taxuskever (en z’n larven) kunnen een grote plaag zijn voor de planten in je tuin.
Lees meerDe gouden regels voor het uitzetten van aaltjes:
Aaltjes zijn levende organismen en de werking is sterk afhankelijk van de omstandigheden. Let op de volgende criteria voor een optimaal resultaat:
- De juiste periode: Het voorjaar en de vroege zomer (april t/m juni) vormen het absolute hoogseizoen voor de bestrijding. Nu de temperaturen stijgen, worden de overwinterde larven in de bodem weer actief en begint de schade aan het gazon en de planten direct op te vallen. Dit is hét moment waarop veruit de meeste tuinliefhebbers succesvol ingrijpen om grotere schade te voorkomen. Daarnaast is het najaar (augustus t/m oktober) een heel effectieve tweede periode, omdat de nieuwe generatie larven dan net uit het ei komt en nog erg kwetsbaar is.
- Bodemtemperatuur: HB-aaltjes hebben een minimale bodemtemperatuur van 12-14°C nodig om te presteren. SF-aaltjes werken al bij een koudere bodem van 8-10°C.
- Vocht is cruciaal: Aaltjes zwemmen door de vochtige grond om hun prooi te vinden. De bodem moet dus vóór het uitzetten licht vochtig zijn. Houd de grond na toepassing minstens twee weken goed vochtig (niet kletsnat).
- Pas op met de zon: UV-straling is dodelijk voor aaltjes. Breng ze daarom altijd ’s avonds aan, of op een zwaar bewolkte, regenachtige dag.
Door je tuin goed in de gaten te houden, de larven correct te identificeren en op het juiste moment aaltjes toe te passen, voorkom je dat een kleine keverplaag uitgroeit tot grote schade in je gazon of border!



