In de winter krijgen kamerplanten het zwaar. Er is minder licht, de verwarming maakt de lucht droog en planten verdampen minder water. Geef je net zo vaak water als in de zomer? Dan blijft de potgrond vaak (te) nat. Precies die omstandigheden trekken insecten plagen aan. Zie je ineens kleine beestjes in je potgrond, vliegjes rond je plant of plakkerige bladeren? Dan heb je waarschijnlijk te maken met een van deze 6 plagen. Per plaag lees je hoe je hem herkent, waarom hij juist in de winter opduikt en wat je eraan doet.
Plagen door te natte potgrond
Een veelgemaakte fout die wij zien terugkomen is het te vochtig houden van de potgrond. In de zomer hebben planten natuurlijk extra vocht nodig, maar in de winter geef je planten al snel te veel water. Natte porgrond is de ideale voedingsbodem voor plagen zoals rouwvliegjes en springstaartjes.
Rouwvliegjes
Rouwvliegjes zijn kleine zwarte vliegjes die rond je plant fladderen. Ze vliegen op zodra je water geeft of tegen de pot tikt. Ze hebben een zwart kopje, donkere vleugels en lange voelsprieten. Het vliegje zelf doet weinig kwaad. Het probleem zit met name in de larven. Die leven in de bovenste centimeters van de potgrond en eten van schimmels, rottend materiaal en ook van jonge wortels. Vooral stekjes en zaailingen kunnen daar last van krijgen. Het is daarom belangrijk om rouwvliegjes te bestrijden.

Waarom in de winter? De potgrond droogt langzamer op, dus vrouwtjes vinden makkelijk een vochtige plek om eitjes te leggen. Ook zitten er soms al eitjes of larven in een nieuwe zak potgrond.
Wat kun je doen tegen rouwvliegjes?
- Laat de bovenste laag potgrond opdrogen voordat je weer water geeft.
- Hang gele vangplaten op om de volwassen vliegjes weg te vangen.
- Pak de larven aan met aaltjes tegen rouwvliegjes (Steinernema feltiae). Je mengt ze door water en giet ze over de potgrond. De aaltjes dringen de larven binnen en doden ze.
Vangplaten + aaltjes (nematoden). Het complete pakket om van je rouwvliegjes af te komen.
Lees meerSpringstaartjes
Springstaartjes zijn piepkleine, vleugelloze beestjes van een paar millimeter. Ze zijn vaak wit, grijs of zwart. Je ziet ze springen als je water geeft of de aarde opzij schuift. Dat lukt ze dankzij een springvork onder hun lijf. Ze vliegen nooit.
Kleine witte beestjes in je potgrond? Grote kans op springstaartjes.
Het goede nieuws: ze zijn meestal onschadelijk. Springstaartjes eten schimmels, rottend blad en bacteriën en helpen zo met de afbraak in de bodem. Alleen bij een grote plaag in heel natte grond kunnen ze aan wortels of jonge plantjes gaan knagen.
Waarom in de winter? Springstaartjes houden van vocht en organisch materiaal. Te natte potgrond, rottende wortels en te veel plantenvoeding trekken ze aan.
Wat kun je doen tegen springstaartjes?
- Geef minder water en laat de grond tussendoor opdrogen. Dat is de belangrijkste stap.
- Geef in de winter weinig of geen plantenvoeding.
- Lok ze weg met een partje aardappel op de potgrond. Haal het de volgende dag weg, met de beestjes erop.
- Bij echt veel overlast kun je bodemroofmijten (Hypoaspis) uitzetten. Die eten springstaartjes in de potgrond.
Tip: we zien vaak de tip voorbijkomen om de potgrond te vervangen. Toch raden wij dit af, vervang de potgrond liever niet. Je krijgt nooit alle oude grond van de wortels, en nieuwe potgrond kan juist eitjes van rouwvliegjes bevatten. Dan ruil je de ene plaag in voor de andere.
Rouwvliegje of springstaartje? Zo zie je het verschil
Beide zitten in natte potgrond, maar ze vragen een andere aanpak. Hieronder zie je de verschillen tussen beide.
| Rouwvlieg | Springstaart | |
|---|---|---|
| Hoe beweegt het? | Vliegt op rond de plant | Springt over de (pot)grond |
| Uiterlijk | Zwarte mug / vlieg met vleugels | Wit, grijs of zwart, zonder vleugels |
| Schadelijk? | Ja, de larven kunnen plantenwortels aantasten | Meestal niet |
| Aanpak | Aaltjes en gele vangplaten | Potgrond droger houden. Bij overlast roofmijten inzetten. |
Plagen door droge, warme lucht
Een andere veroorzaker voor plagen rondom je kamerplanten is de droge, warme lucht. Over het algemeen staat de verwarming meer aan in de winter, waardoor de luchtvochtigheid in huis zakt. Plagen zoals spint en trips voelen zich prima bij deze omstandigheden.
Spint
Spint zijn piepkleine mijtjes die vooral aan de onderkant van bladeren zitten. Met het blote oog zie je ze nauwelijks. Wat je wel ziet: lichte stippeltjes op het blad, een dof of gelig blad en bij een flinke aantasting fijne webjes tussen bladeren en stengels.
Waarom in de winter? Spint vermeerdert zich snel in warme, droge lucht. Een plant vlak bij de verwarming loopt het meeste risico.
Wat kan je doen tegen spint?
- Verhoog de luchtvochtigheid rond je plant, bijvoorbeeld door hem te besproeien of planten bij elkaar te zetten.
- Zet de plant niet direct boven of naast de verwarming.
- Spoel aangetaste bladeren af onder de douche, ook aan de onderkant.
- Zet bij een plaag roofmijten in die spint eten.
Trips
Trips zijn langwerpige, smalle beestjes van één tot twee millimeter. Ze zuigen bladcellen leeg van planten. Daardoor krijgt het blad zilvergrijze vlekken, vaak met kleine zwarte puntjes. Dat zijn de uitwerpselen van de tripsen.

Waarom in de winter? Ook trips doet het goed in warme, droge kamerlucht. In huis gaat hij het hele jaar door, en in de winter merk je het vaak pas als de vlekken al flink zijn. Het is belangrijk om trips te bestrijden.
Wat kan je doen tegen tripsen?
- Hang blauwe of gele vangplaten op om volwassen trips te vangen.
- Spoel de plant af en verhoog de luchtvochtigheid.
- Gebruik aaltjes tegen trips. Die pakken de stadia aan die in de potgrond verpoppen.
- Zet roofmijten in tegen de jonge larven op het blad.
Last van deze onweersbeestjes? Kom van deze tripsen af met onze aaltjes!
Lees meerPlagen die het hele jaar binnen leven
Er zijn ook een aantal plagen die het hele jaar door voorkomen. Wolluis en schildluis zijn bijvoorbeeld geen echte winterplagen. Ze leven het hele jaar in huis. Toch vallen ze in de winter vaak meer op. Door het gebrek aan licht is je plant verzwakt, en een zwakke plant raakt sneller aangetast door deze plagen in de winterperiode.
Wolluis
Wolluis herken je aan witte, watachtige plukjes. Je vindt wolluis voornamelijk in bladoksels, langs de nerven en aan de onderkant van bladeren. Ze zuigen plantensap op en scheiden een kleverige stof af genaamd honingdauw. Daardoor worden de bladeren van je planten plakkerig. Wolluis komt veel voor op vetplanten, cactussen, orchideeën en Monstera.
Wat kun je doen tegen wolluis?
- Zet een aangetaste plant meteen apart, zodat de wolluis niet overslaat.
- Haal de plukjes weg met een wattenstaafje met wat spiritus of alcohol.
- Zet bij een grotere aantasting natuurlijke vijanden in, zoals larven van het Australisch lieveheersbeestje (Cryptolaemus).
Schildluis
Schildluizen zijn bruine of grijze bultjes van een paar millimeter. Ze zitten stil op stengels en aan de onderkant van bladeren. Daardoor zie je ze makkelijk aan voor een vlekje op de plant. Net als wolluis maken ze honingdauw, dus plakkerige bladeren zijn vaak het eerste signaal. Op die plakkerige laag kan ook zwarte schimmel groeien, die is vaak wel goed zichtbaar. Schildluis zie je vaak op Ficus, citrusplanten, palmen en orchideeën. Een specifieke soort van de schildluis is de dopluis: lees hier meer over hoe je dopluis kan herkennen.
Wat kan je doen tegen schildluis?
- Schraap de schildjes voorzichtig weg met je nagel of een zacht borsteltje.
- Was de bladeren af met een sopje van lauw water en een beetje groene zeep.
- Herhaal dit een paar weken. Jonge schildluizen zijn klein en makkelijk te missen.
Zo voorkom je plagen in de winter
Hoewel voor de meeste winterplagen in je kamerplanten wel biologische en natuurlijke oplossingen bestaan, wil je dit natuurlijk vooral proberen te voorkomen. De meeste winterplagen voorkom je met een paar simpele aanpassingen in de verzorging.
- Geef minder water. Voel eerst of de bovenste laag potgrond droog is. Als je kamerplanten op een schotel staan, giet dan het water dat in de schotel blijft staan weg.
- Geef weinig plantenvoeding of specifieke Plant tabs Planten groeien nauwelijks in de winter en hebben niet veel extra voeding nodig. Een beetje extra voeding kan planten wel de winter door helpen, maar je wil dat de voedingsstoffen zo geleidelijk mogelijk worden afgegeven. Speciaal hiervoor hebben we bij AaltjesOnline Plant Tabs ontwikkelt die gelijkmatig voeding afgeven en je planten versterken.
- Zorg voor vochtige lucht. Zet planten bij elkaar of gebruik een luchtbevochtiger. Hou planten zoveel mogelijk uit de buurt van de verwarming.
- Geef zo veel mogelijk licht. Zet planten dichter bij het raam. Planten hebben licht nodig en zijn daardoor sterker en minder vatbaar voor plagen.
- Zet nieuwe planten eerst apart. Koop je nieuwe planten? Zet deze dan eerst even apart om te kijken of ze plagen zoals rouwvliegjes meenemen. Als dat zo is wil je deze liever niet bij je andere planten zetten aangezien een plaag zo kan overslaan.
- Check je planten regelmatig. Kijk ook aan de onderkant van de bladeren. Hoe eerder je een plaag ziet, hoe makkelijker je hem aanpakt.
Veel gestelde vragen over kamerplant plagen in de winter
Springen ze weg als je water geeft? Dan zijn het bijna altijd springstaartjes. Ze zijn meestal onschadelijk en verdwijnen grotendeels als je de potgrond droger houdt.
In de winter verdampt je plant minder water, terwijl je vaak net zo vaak water blijft geven. De potgrond blijft daardoor nat. Rouwvliegjes en springstaartjes houden daarvan.
Meestal niet. Ze eten schimmels en rottend materiaal. Alleen bij een grote plaag in heel natte grond kunnen ze wortels of jonge plantjes beschadigen.
Plakkerige bladeren wijzen meestal op wolluis of schildluis. Beide scheiden honingdauw af. Kijk in de bladoksels en aan de onderkant van de bladeren.




